Ik wil zo graag gelukkig zijn!

Daar staat ze voor mijn deur, plantje in haar hand en schichtig kijkt ze me aan. Snel slaat ze haar ogen neer. Mijn hart gaat nu al naar haar uit terwijl ik haar niet eens ken.
‘Kom binnen’. Ik steek mijn hand uit en stel me aan haar voor. Een klef, slap handje krijg ik terug en zachtjes stamelt ze haar naam.
‘Fijn dat ik bij je langs mag komen’. Ik raad meer dat ze dit zegt dan dat ik haar versta. Ik nodig haar uit en ga haar voor. De zon schijnt, de schuifdeur staat open en de heerlijke geur van lente komt binnen.

Gea zit naast me op de bank en schuift zo ver mogelijk de hoek in. Een ongemakkelijke stilte volgt. Glimlachend probeer ik haar op haar gemak te stellen.
‘Ik vind het echt dapper dat je contact gezocht hebt. Ik wil je graag helpen.’
‘Ik schaam me alleen zo’, zegt ze terwijl haar ogen vol schieten. Wat herken ik dat gevoel. Schaamte voor wat je gedaan hebt en bang voor de afwijzing.
‘Je hoeft je voor mij niet te schamen, vertel wat je dwarszit.’

‘Drie jaar geleden heb ik mijn man verteld dat ik een lange relatie met een ander heb gehad.’ Ze gooit het eruit en kijkt me aan. Schuld, schaamte en angst wisselen zich af op haar gezicht.
‘Na heel veel therapie en strijd hebben we besloten om toch te gaan scheiden. Ik zie geen andere uitweg meer.’ Een traan glijdt langs haar wang naar beneden, ongeduldig veegt ze hem weg. ‘Iedereen zegt dat ik nu gelukkig kan worden, maar ik geloof er niets van. Hoe kan ik nou gelukkig worden zonder mijn man? En de momenten dat mijn zoon bij hem is en niet bij mij? Bij het idee raak ik al in paniek. De eenzaamheid drukt me neer. Maar mijn schuldgevoel is zo groot dat ik het ook niet meer op kan brengen. Ik ben op.’ Een diepe zucht. ‘Ik wil gewoon gelukkig zijn maar ik heb geen idee hoe en of dat ooit nog gaat gebeuren. God is boos, Zijn genade voor mij is op… denk ik. Hoe moet ik nu verder?’

Wat een wanhoop. Wat een eenzaamheid. Ondertussen dwalen mijn gedachten af naar mijn crisistijd. ‘Gelukkig zijn? Dat is niet voor mij weggelegd, dat is onbestaanbaar. Na alles wat ik gedaan heb kan en mag ik nooit meer gelukkig zijn. Haar gevoel was mijn gevoel. Nu weet ik dat het niet waar is.
Haar tranen vloeien rijkelijk en mijn keel zit dicht. Onhandig plukt ze aan haar zakdoek die inmiddels doorweekt is en kijkt me vragend aan.
‘Gea?’ zeg ik. ‘Geloof jij dat God als een Vader voor jou wil zijn? Dat Hij gruwelijk veel van je houdt?’ Haar hoofd schiet omhoog en met grote ogen kijkt ze me aan. ‘Van mij? Ik denk het niet.’
‘Weet je wat God van jou vindt? Jij bent zijn geliefde dochter, Zijn oogappel. Jouw vraag hoe jij ooit nog gelukkig kunt worden, dat antwoord vind je bij Hem. Hij heeft jouw geluk voor ogen, niet jouw ongeluk. Hij geeft je een hoopvolle toekomst.’

Samen praten we hier lang over door en langzaam zie ik een kleine verandering ontstaan. Een verandering van hoop. “Zou het dan toch?”

Waar Gea naar opzoek is, écht gelukkig zijn, is dat niet iets waar wij allemaal naar verlangen? Vaak denken we geluk te vinden in relaties. Mijn partner moet voorzien in mijn geluk, mijn kinderen maken mij gelukkig of als ik die baan heb, die promotie, dan zal ik gelukkig zijn. Een mooie vakantie, een overwinning in je sportcarrière, dat brengt het ware geluk. Dit gelukkige gevoel is tijdelijk want die promotie went ook weer gewoon, die prestatie kan altijd weer verbeterd worden en je kinderen zijn niet altijd zo leuk en lief en stellen je op de proef. En al snel kom je erachter dat je partner niet in staat is om je gelukkig te maken.

Het ware geluk ligt in het weten wie je bent in Hem. Geliefd, prachtig gemaakt, gewenst. Zijn hart dat klopt voor jou, Hij die voor je uit gaat, die je de weg wijst. Zijn geluk is jouw geluk! De leugens dat jij waardeloos bent, dat jij niet in staat bent om het goede te doen, dat je niet leuk bent, geliefd, gewenst en niet goed genoeg. Díe leugens mag je gaan vervangen door Zijn Waarheid over jou. Je bent geliefd, rechtvaardig, leuk, gezegend en de moeite waard! Zijn gunst op jou en Zijn onvoorwaardelijke liefde voor jou.

Proclameer je, samen met mij en Gea, deze waarheid over je eigen leven?

 

“But God commendeth his love toward us, in that, while we were yet sinners, Christ died for us.” [Rom 5:8 KJV]